Criminele poëzie: Fred Ros

Criminele poëzie: Fred Ros


1.
Het meeste
besprak ik met Dino.
Ali was niet echt
een vriend van mij.
Dino, daar was ik
gewoon goed mee
in de zin
dat je goed bent
met elkaar.

Je gaat wat eten.

Nou,
als je elkaar
niet moet
ga je niet
met elkaar
wat eten.

Als je elkaar
niet moet,
kom je niet
op een
kinderverjaardag,
dat zegt voldoende.

Je gaat niet
om iemand
te plezieren
naar een verjaardag.


2.
Ik heb
in principe
voor hun
geen auto's
geregeld
wat liquidaties
betreft,
maar wel
de auto's
waar ze zelf
in reden.

Dus de S-klasse
bij Van Dijk,
de ML's,
de Golfjes,
alle auto's
die bij
Total Trust
vandaan kwamen.

Ik regelde
het vervoer,
dat iedereen
gewoon
zonder problemen
zijn eigen
kon bewegen.


3.
We hadden
allebei
een schone telefoon.


Je hoefde hem
alleen maar
over te laten gaan
en als hij overgaat
wist je
dat hij eraan kwam
en dan gingen ze
zich klaar maken,
dan wisten ze
dat hij
bijvoorbeeld
binnen een kwartier
daar moest zijn.

Was hij er niet
binnen een kwartier,
dan was hij
ergens anders
naartoe gegaan,
dan pakken hun
weer in
en gaan ze weg.



 

Alle poëzie is terug te vinden in De Ros-tapes, uitgegeven door Just Publishers (2015).

Gepost op: 2015-06-19 in: boeken

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts