OvG

Interview Out of Art

Interview



Uitgever Oscar van Gelderen (1965) van Lebowski Publishers is niet alleen een boekenverslinder, maar ook een fervent kunstliefhebber en verzamelaar. Samen met zijn vrouw Manuela Klerkx leidt hij, naast de uitgeverij, een kunstagentschap, waarbij zij zich vooral inzetten voor jonge kunstenaars, pioniers, outsiders, “buitenbeentjes en kunstenaars in landen in de verdrukking”. Wat is de drijfveer om deze kunst te verzamelen? Op deze vraag probeer ik vandaag antwoord te krijgen.

Lebowski Publishers

Aan de buitenkant van het gebouw van Uitgeverij Overamstel, een onafhankelijke uitgeversgroep waar Lebowski Publishers onderdeel van is, kun je niet vermoeden hoe verrassend de binnenkant is. Geen posters of reclamemateriaal aan de muur, maar een sfeervolle, strak en modern vormgegeven ruimte met midden in de ruimte een gigantische boekenkast met publicaties van alle zes uitgeverijen van Overamstel en opvallend veel kunst aan de muur. Er klinkt een licht geroezemoes van stemmen in de grote werkruimte. De open kantoren aan weerszijden hiervan geven elke werknemer de kans -collega’s te ontmoeten, zonder op een deur te hoeven kloppen. “Uiteindelijk is een uitgeverij een soort cultureel gebeuren”, zegt Oscar van Gelderen. Daarom vindt het gesprek niet in zijn privékantoor plaats, maar in de open werkruimte “Ik heb geen geheimen”, lacht hij.
Hoog in het gebouw springt een kunstwerk direct in het oog. Ik zie een vier meter groot, direct op de muur gespoten afbeelding van een jong vrouwengezicht, ontsproten uit een bos takken met ontelbare vogels. Als je nog beter kijkt, zie je dat hier een hoofddoek is afgebeeld. Het betreft de omslag van het recent uitgekomen kunstboek van de Iraanse street artists Icy (1985) en Sot (1991). De afbeelding op de muur laat je niet onberoerd en al helemaal niet als je de titel van het boek leest ‘Let Her Be Free’.
Oscar van Gelderen volgt Icy en Sot al jaren. Hij is met hen bevriend sinds 2010, verzamelt al jaren hun werk, organiseerde shows, bracht een monografie uit en heeft ontzag voor de manier waarop zij in Iran de censuur doorbraken met stencilkunst. In Iran werk in de publieke ruimte plaatsen is toch een veel risicovollere operatie dan in het Westen. “Het is gemakkelijker politieke leuzen op muren te schilderen met een uitkering, dan zonder.” Sinds 2012 wonen de kunstenaars in Brooklyn, New York, en in de zomer van 2016 organiseerden Van Gelderen en Klerkx nog een show met hun werk in de Lower East Side.

Kunst verzamelen

Het verzamelen van kunst begint voor Oscar van Gelderen veel later dan zijn voorliefde voor boeken. In 1996 stuit hij tijdens een bezoek aan een beurs voor antiquarische boeken op twee geometrisch-abstracte lino’s van de -kunstenaar Wobbe Alkema (1900-1984), een buitenbeentje van de Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg en tevens een van de eerste puur abstract werkende kun-stenaars in de jaren twintig. “Ik werd door de lino’s bevangen. Ik wist niet wat het was, maar vond ze zo mooi, ik kocht ze alle twee. Gek eigenlijk, want ik had niets met abstracte kunst. Ik begreep het niet en wist niet goed wat ik ervan moest vinden. Je snapt; de geijkte vooroordelen.”
Later verdiept Van Gelderen zich verder in abstracte en geometrische kunst; hij bezit werk van onder andere Friedrich Vordemberge-Gildewart (1899-1962), Jan Roeland (1935), Jacob Bendien (1890-1933) en Siep van den Berg (1913-1998), maar zijn grote liefde ligt toch bij de underground, de outsiders en de pioniers.
In de jaren negentig was hij samen met Lex Spaans eigenaar van Uitgeverij Vassallucci. De uitgeverij bracht enkele grote bestsellers uit en er kwam geld -binnen. “Ik houd niet van uiterlijk vertoon, dure huizen, auto’s of kleding. Ik dacht ‘weet je wat, ik ga kunst -verzamelen’.” In 1997 raakte hij in de ban van moderne Chinese kunst, die werd getoond bij de galeries van Rob Malasch en Martijn Kielstra. Vrijwel niemand was in die tijd geïnteresseerd in kunst uit China. “Ik kreeg vaak de opmerking ‘Dat je daar zoveel geld aan uitgeeft’ en toch bleek het later een goede zet.” Malasch en Kielstra vervullen in die tijd een pioniersrol door -vernieuwende kunstenaars uit een op kunstgebied -nagenoeg onbekend land, op de markt te brengen. Tien jaar later, rond 2006, worden sommige werken wereldwijd voor astronomische bedragen verkocht bij veilinghuizen en door Chinese verzamelaars zelfs weer terug-gekocht. Veel in het Westen verzamelde werken van topkunstenaars uit China verhuizen dus weer terug naar het land van herkomst. Het kernwoord dat bij Oscar van Gelderen past is ‘pionieren’, en dat geldt zowel voor de kunst als voor de boeken.

Het geluk

Van Gelderen kijkt nooit naar kunstwerken als financiële investering “Dat zou niet eerlijk zijn tegenover de -kunstenaar. Ik kijk wat ik mooi vind en of ik er gelukkig mee ben”. Uit zijn verzameling verkoopt hij heel soms kunstwerken om weer nieuwe kunst te kunnen kopen. Waar hij vroeger alleen verzamelde, heeft hij sinds zijn huwelijk met Manuela Klerkx de grenzen verlegd: ze tonen kunstenaars die ze verzamelen, maar zetten zich nu ook in voor kunstenaars die een duwtje in de rug -kunnen gebruiken en die om wat voor reden dan ook zelf niet in staat zijn hun werk te tonen. Ze brengen hen onder de aandacht door een tentoonstelling te realiseren, een kunstboek uit te geven of het werk uit te lenen. “Iedere kunstenaar (en schrijver) heeft iemand nodig die hun werk voor het voetlicht brengt, en aan de man kan brengen.”
Meestal koopt hij vijf of zes werken van dezelfde kunstenaar, om een beeld te krijgen van de essentie van het oeuvre. Vol trots laat Oscar van Gelderen mij op de begane grond de collectie zien van Henk Lamm (1908-1957), een van oorsprong Twentse, autodidactische kunstenaar, die pas na zijn dood erkenning kreeg, onder meer met een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum. In de eenvoud van het fascinerende werk, bijna naïef, herken je in de stille landschappen zonder mensen, een sfeer van bittere eenzaamheid. Daar moet wel een verhaal achter zitten, lijkt me. Van Gelderen nam de verzameling van ongeveer veertig werken over van een Twentse schilder die zich jarenlang om de nalatenschap van Lamm had bekommerd.
Gisteren nog kocht hij een aantal werken van Marianne Schipaanboord (1965) in Galerie Atelier De Kaai in Goes. Zij is spastisch en kan horen noch praten, maar haar artistieke talent biedt haar een bijzondere manier om met de buitenwereld te communiceren en tegelijkertijd opmerkelijke kunst te creëren. Van Gelderen had snel door dat de kern van dit werk wordt gevormd door “de douche, het water en de badkamers” in haar tekeningen. “Niet door de religieuze tekeningen. Ik word er even door ontroerd, maar kan er eigenlijk niet naar kijken. Ik ben areligieus. Het water is de kern van haar werk.”
Als de tekeningen en het pas uitgekomen boek over Marianne Schipaanboord op tafel liggen, komen anderen meekijken. Het is de bedoeling dat het enthousiasme voor een nieuwe vondst doorgegeven wordt. De medewerkers op de uitgeverij worden geïnformeerd over de achtergrond van het werk en kunnen zo altijd meegenieten.
Van Gelderen zegt “Ik heb een verrassing in de auto -liggen”, en even later maakt hij een kartonnen doos open. Hij toont me kleine “palinghuidschilderijen” van palingboer Evert de Graaf (1953-2013), die hij regelmatig heeft ontmoet in Friesland. Na diens overlijden kocht Van Gelderen van de familie de hele verzameling palinghuidschilderijen. Hij wil zich met Manuela permanent voor het werk van De Graaf inzetten door het op kantoor te tonen, maar ook daarbuiten. Enthousiast zegt hij “Kijk, de palinghuid is gewoon met kleine spijkertjes
vast gemaakt aan de achterkant. Ik zie hem nog zo zitten: elke dag palingen vangen, peukje in zijn mond. Ik heb ook een handgeschilderd boodschappenbriefje van hem, waarbij hij twee benodigdheden moest wegstrepen, omdat hij niet genoeg geld had. Mijn vrouw en ik hebben tijdens zijn leven een aantal van de palingwerken geëxposeerd  en verkocht in Amsterdam. Dat vond Evert prachtig”.
De op tafel uitgestalde schilderijen bieden een bonte keur aan de meest uiteenlopende tinten bruin en goud. Met wat fantasie ruik je het water. Het verhaal van een palingboer die de esthetische schoonheid van de palinghuid ontdekt, geeft het werk extra dimensie.

Zoektocht

Oscar van Gelderen vindt de zoektocht naar vergeten, “niet gelabelde” kunstenaars het meest interessant. “Vergeten betekent niet dat het niet goed is.” Op dezelfde manier zoekt hij ook naar schrijvers, wat onder meer -uitmondde in het grote succes van de herontdekte roman ‘Stoner’ van John Williams (1922-1994), waarvan in Nederland 300.000 exemplaren werden verkocht. “Ik zoek de Stoners in de kunst.”
Wanneer Oscar van Gelderen rond 2005 met street art in aanraking komt, is hij snel thuis in de wereld van deze kunststroming. Hij heeft werken van Banksy (1975) in zijn verzameling, maar ook van de pioniers Richard Hambleton (1954), Hugo Kaagman (1955), en vele anderen. “Er is hele goede street art, maar het meest benieuwd ben ik naar de eerste kunstenaars die zijn begonnen: Haring (1958-1990), Basquiat (1960-1988) en Fekner (1950). Zij zijn hun tijd vooruit geweest en hebben vaak niet het succes gekend. Ik heb nu eenmaal iets met de verschoppelingen der aarde.”
In New York besluit hij John Fekner op te zoeken. Een van de eerste ‘stencil’-kunstenaars die al in 1976 pregnante teksten op de muren van de stad schreef, vaak op beladen plekken als The Bronx. Daar is een werk, Broken Promises getiteld, bekend geworden omdat Ronald Reagan er onbedoeld voor gefotografeerd werd, wat het werk extra lading gaf. “Ik zag Fekners werk en dacht ‘dit is heel sterk werk. Hoe kan het dat deze man al twintig jaar geen show heeft gehad?’ Ik twijfelde even, maar mijn intuïtie laat me niet vaak in de steek.” Juist op dat moment werd Fekner benaderd door de vermaarde curator Jeffrey Deitch, die in het moca in Los Angeles de eerste grote overzichtsexpositie ‘Art In The Streets’ samenstelde, en Fekner bij de show wilde betrekken. Fekner bood Van Gelderen de vier werken die tentoongesteld werden in het moca aan; hij sloeg direct toe. “Eindelijk”, zucht Oscar van Gelderen, “is street art daarmee erkend als kunst die ook in het museum thuis hoort”. Binnen de Outsider Art wil hij, mocht hij meer tijd hebben, nog op zoek gaan naar de eerste kunstenaars van voor de tijd dat het label Art Brut werd bedacht.

Outsider Art: kunst of geen kunst?

Veel van de kunstwerken die op de uitgeverij hangen zijn gemaakt door ‘outsiders’. Er hangt ook indringend werk van de jonge Nederlandse kunstenaar Tobias Tebbe (1980), die recent een solo-expositie had bij Galerie Hamer en van de Roemeen Ion Bîrlaˇdeanu. Behoren ze tot de officiële kunst of blijven ze outsiders? “Een definitie van kunst is lastig. Academische kunst mist voor mij
 vaak urgentie en noodzaak. In Nederland kun je naar de kunstacademie, je wordt begeleid door leraren. Het is beschaafde kunst, het is niet subversief, er is weinig maatschappelijke noodzaak om kunst te maken en het belandt vaak aan de muren van de happy few. Niet dat ik niet ga kijken, hoor. Ik heb zelf een dochter op de kunstacademie!”
Wat Van Gelderen zo aantrekt in Outsider Art, en daarin zit volgens hem het verschil met de reguliere kunst, is “dat je de pure noodzaak van de maker voelt. Het heeft zeggingskracht. Het wezen van de kunstenaar is aan-wezig in het werk en dat ontroert mij”. Is de maker belangrijk? “Nee, dat niet. Nogmaals, het gaat mij om de zeggingskracht. Het verhaal van de maker kan wel een toegevoegde waarde hebben. Heel anders wordt het zodra je met de maker moet werken om bijvoorbeeld een show te organiseren. Lukt dat niet, dan houdt het op, ‘outsider’ of niet. Gek genoeg zie je vaak al aan het werk of iemand een prettig mens is. Dat is ook zo bij schrijvers. Ik werk alleen met mensen met wie ik persoonlijk een klik heb.”
Oscar van Gelderen vindt dat Outsider Art in een -museum of galerie thuishoort, “mits het van niveau is en past bij de andere tentoongestelde werken. Het moet niet gelabeld worden als psychiatrische kunst, het zorg-label moet er vanaf. Met Manuela werk ik soms samen met Galerie Frank Taal in Rotterdam. Bij hem hing recent ook outsiderkunst, onder andere van Paulus de Groot (1977), een kunstenaar van Atelier Herenplaats, net om de hoek van de galerie. Het was in een groepshow waarmee Taal aanhaakte bij de grote Museum of Everything expositie in de Kunsthal. Wat Taal en ik mooi vonden was dat een van de vaste verzamelaars van de galerie langskwam en vroeg of er ook werk van outsiders te zien was. En dat terwijl er veel werk van drie outsiderkunstenaars hing; hij zag het verschil met reguliere kunstenaars van de galerie niet, en dat is precies zoals het moet, zo hoort het.”

Aandacht voor Outsider Art

Wat vindt Oscar van Gelderen van de grote aandacht rond Outsider Art in Nederland, ten tijde van de aankondigingen van het eerste Outsider Art Museum in de Hermitage in Amsterdam en de tentoonstelling van The Museum of Everything in de Kunsthal in Rotterdam? “Alle aandacht voor dit soort kunst is goed. Alleen, wanneer het rumoer is verstomd, moet het kaf van het koren gescheiden worden. Het gaat uiteindelijk om kwaliteit en authenticiteit. Insiders van Outsider Art weten heel goed dat kranten-berichten soms een vertekend beeld kunnen geven, en ik vond dat de nadruk wel heel erg op het zorgaspect van de kunst lag.”

De telefoon gaat en pakketten nieuwe boeken worden binnengebracht. Iemand heeft Oscar van Gelderen dringend nodig. Het is tijd om afscheid te nemen van deze bevlogen, hardwerkende man, maar niet nadat ik hem hartelijk dank voor dit gesprek en het delen van zijn boeiende kijk op kunst in de marge.

---

Tekst: Phia Verstraete | Oorspronkelijk verschenen op Out-of-art.nl