Jan Cremer: fotograaf (door Johan Fretz)

Jan Cremer: fotograaf (door Johan Fretz)


Op dinsdag 29 december opent This Art Fair (Beurs van Berlage, Amsterdam) haar deuren. Klerkx International Art Management zal daar – grotendeels nooit getoonde – foto’s van Jan Cremer exposeren (stand 6G). Het Parool pakte op donderdag 24 december uit met een acht pagina’s grote special over de fotografie van Cremer, met daarin een beschouwend stuk van Johan Fretz, dat ik met zijn vriendelijke toestemming hier digitaal afdruk. 

Natuurlijk las ook ik op de middelbare school ‘Ik, Jan Cremer’ en hoewel ik me toen nog niet zozeer bewust was van onze maaiveldcultuur, kon ik me de botsing tussen Cremer en Nederland al wel voorstellen. Iemand die pontificaal op de cover van zijn boek gaat staan, op een motor, en dat boek naar zichzelf vernoemt. Het was ook de tijd waarin een jonge generatie nog daadwerkelijk iets te bevechten had ten aanzien van gezag en autoriteit. De tijd van The Graduate, waarin Dustin Hoffman zijn schoonfamilie met een kerkelijk kruis te lijf gaat, maar ook de tijd van Easy Rider, stoere mannen, loners, onderweg. Andere tijden.

Op de achterkant van Cremer’s fotoboek, staat: ‘Ik schrijf, ik schilder, ik fotografeer. Dat wat in mijn ogen op dat moment interessant is, dat leg ik vast.’ Alleen al in die twee zinnen schuilt voor mij de ultieme vrijheid. Cremer, de man die onbevreesd zijn hybride makerschap omarmt. Misschien lees ik wat ik wil lezen, maar ik zie een statement tegen puristen die vinden dat je moet kiezen wat je bent, schrijver OF schilder OF fotograaf. Ik lees: ‘naar de hel daarmee, ik doe de dingen die ik doe, zoals ik ze wil.’ Hoe ontsnap je aan de hokjesgeest? Simpelweg door er lak aan te hebben. De wereld in te lopen.

De foto van Cremer op de achterkant, camera met gigantische lens om zijn hals: een reiziger, pre-Instagram-tijdperk. Hier geen plaatjes met nostalgische filters, het was immers al vroeger. Al bedenk ik er meteen bij: dat had ik wel willen zien, Cremer’s Instagram-account in de jaren zestig. Hij had het medium zeker gebruikt.
We bladeren door het boek, meereizend met Cremer, door een oude wereld. Bijvoorbeeld door een vervlogen Berlijn, heden ten dage het Mecca voor mijn generatiegenoten, twintigers en dertigers, die erheen gaan om zich, door brede lanen, in roestige gebouwen, tegoed te doen aan hedonisme. Dat is een ander Berlijn dan we hier zien. Hier is de stad nog verscheurd. Toch zijn de foto’s ervan zonder oordeel, alles wordt open getoond: zelfs de muur die Berlijn in twee delen opdeelt. Wanneer Cremer dat vreemde stenen construct fotografeert, zien we aan de voorkant eerst nog een zonovergoten straat, wat mensen, maar aan de andere kant van de muur alsmaar meer schaduw, we kijken een diepe laan in die steeds donkerder wordt, als een wereld die tegelijkertijd heel dichtbij is en waarneembaar, maar die we onmogelijk nog kunnen aanraken. 


Marilyn Monroe Memorial

 

We reizen langs zoveel plekken, die we zoals ze zijn vastgelegd nooit meer zullen bezoeken. Waar is hij niet geweest? Toch vervalt het boek nooit in de oppervlakkige verheerlijking van reizen zoals we die tegenwoordig vaak zien. Voor hele generaties is Kerouac heiliger dan de bijbel, er zijn weinig backpackhostels waar je er geen exemplaar van kunt vinden. Boek 2 van ‘Ik, Jan Cremer’ werd er wel eens mee vergeleken. Voor veel mensen is reizen de ultieme vorm van vrijheid. Toch gaat in reizen op zich geen vrijheid schuil. Dat is een mythe: jongensromantiek. Vrij zijn van verplichtingen, van een bestemming, maakt nog niet vrij van geest. Autonomie is niet iets dat je per se onderweg zult vinden, ver weg van huis. Nee, autonomie is juist de basis. Wie reeds vrij is en dan op reis gaat, diegene zal zijn vrijheid onderweg versterkt zien. 


Coney Island

 

We bladeren langs beelden, die alleen gemaakt kunnen zijn door zo’n vrije geest. Een reiziger die zo zelfverzekerd is dat zijn aanwezigheid in het straatbeeld, al is het dan met een gigantische camera in zijn handen, voor alle passanten volkomen vanzelfsprekend is. Er zal niemand zijn geweest die aanstoot aan hem heeft genomen, omdat hij er waarschijnlijk stond met dezelfde houding die zijn achterkanttekst vangt: ‘Dat wat in mijn ogen op dat moment interessant is, dat leg ik vast.’ Die houding geeft hem de macht om daadwerkelijk te fotograferen wat hij ziet, zonder zelf op te vallen. Zo legt hij moeiteloos een drukke Londense straat vast, waarbij vast niemand door had dat het hem vooral om twee beeldschone dames ging op de voorgrond. Of een agent in Manhattan, vol van de eigen macht, terwijl een arme dame op wandelstok voorbij drentelt. Telkens zijn het schijnbaar achteloos genomen beelden, maar dat is schijn: de scherpe blik vermomd als terloopsheid. Alleen wie zo goed kijkt en zichzelf onzichtbaar weet te maken, kan de werkelijkheid zo trefzeker vastleggen. 


Afscheid van de Jodenhouttuinen (tot en met 3/1/2016 te koop voor speciale prijs van 200 euro (oplage 100, genummerd en gesigneerd, formaat 50x65 cm. Voor informatie mail manuela@klerkxiam.com)

Zo bladeren we als voyeurs die zelf geen enkel risico lopen, door een wereld die nu, terwijl er overal en nergens brandhaarden ontvlammen, haast eenvoudig lijkt, overzichtelijk in elk geval. Tot aan een gespleten Berlijn zelfs, waar in een desolate straat, heel vroeg in de ochtend, een verloren ziel ronddoolt. Wie zal het zijn? Een vreemdeling of is Cremer het misschien wel zelf?  


Special Het Parool

 

This Art Fair: 30/12/15 till 03/01/16

Beurs van Berlage
Damrak 243
Amsterdam

Open from: 11:00 till 19:00 hrs
Opening reception: 29/12 17:00 hrs (invitation only)

Gepost op: 2015-12-28 in: kunst

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts