Selling Jan Cremer

Selling Jan Cremer


In den beginne was er Jan Cremer. Jan Cremer, schilder: al op veertienjarige leeftijd maakt Cremer zeer volwassen werk - gouaches, schilderijen - later furore makend onder de noemer Barbarisme. Volstrekt eigen van toon en beeldtaal.   

(Barbare, 1958)   Hij ging in de leer bij Karel Appel en Bram Bogart, en was natuurlijk ontvankelijk voor het woeste schilderen van Appel en de materiebehandeling van Bogart - thematisch stond hij echter ver van deze kunstenaars af: veel vroeg werk verwijst naar de oorlog, culminerend in het vermaarde schilderij La guerre japonaise, Cremer's meesterproef, zijn Guernica, gemaakt in 1960, ook wel bekend als het schilderij van 1 miljoen. Want ook voor hij onverbiddelijke bestsellers schreef, draaide de marketing machine al op volle toeren - in de kunst.  

(Armando, Betty van Garrel, JC en Cornelis Bastiaan Vaandrager, voor La guerre japonaise, in de Haagse Salon, 1960)   De tien jaar 1954 - 1964 (JC 14 tot 24 jaar) interesseren me bovenmatig: een jongen die op zestienjarige leeftijd naar Parijs trekt, binnen no time exposities heeft, naam maakt als Barbaar, in de clinch ligt met het artistieke establishment (hij kwam niet door de ballotage van 'schilderkundig genootschap 'Pulchri Studio'), een miljoenenschilderij maakt, alle kranten haalt, naar Ibiza vertrek en Ik Jan Cremer schrijft. En dat allemaal voor zijn 25e.  

Het manuscript van Ik Jan Cremer was in 1963 gereed. Fragmenten (Operatie Kogelwond en Algerijns Dagboek) verschenen al in 1962 in Gard Sivik (redactie Sleutelaar, Verhagen, Armando, Vaandrager) maar de beoogde redacteur, Cornelis Bastiaan Vaandrager, verknalde de boel (verhuisgedoe, andere sores) en vervolgens belandde het manuscript op het bureau van redacteur Oscar Timmers, van de Bezige Bij.    

 (brieven van Vaandrager aan Cremer + Lubberhuizen/Schierbeek - juni 1963, collectie OvG)  

Ik Jan Cremer zou in februari 1964 uiteindelijk het licht zien, en de rest is geschiedenis.  

Wat weinig mensen weten is dat Jan Cremer ook een begenadigd fotograaf is: hij legt sinds de jaren zestig al zijn reizen vast, ze vormen een visueel dagboek, zijn de bron van veel schilderijen. Op de website van Museum Fundatie, waar van 19 april tot 23 augustus 2015 de expositie Cremer in verf te zien is, en parellel, in het nabij gelegen Heino/Wijhe, The Unseen Eye, een selectie van bijna honderd foto's, staat de volgende, inzichtelijke tekst:   Cremer wilde als kleine jongen al fotograaf worden. Zo kon hij in de voetsporen treden van zijn vroeg overleden vader, die als journalist de wereld rondreisde. Met nagelaten foto’s ging de jonge Cremer hem in zijn fantasie achterna. Pas na het succes van zijn bestseller Ik Jan Cremer in 1964 kon hij zijn eerste echte camera kopen. “In plaats van altijd en overal notities van te maken,” zegt Cremer, “leg ik alles op de gevoelige plaat vast. Ik fotografeer straatnamen, etalages, opschriften, reclameborden, uithangborden, aanplakbiljetten.” Daarnaast zijn er de schilderachtige onderwerpen: “Sommige straattaferelen of landschappen, details van afgebrokkelde muren, ruwe bergtoppen, woeste rivieren, eeuwige sneeuw, zijn in mijn oog regelrechte schilderijen. Als ik door de zoeker kijk, zie ik meteen het schilderij.” Voor Cremer bestaat er maar één sluitertijd, de kortste van 1/250 seconde: “Om dat korte moment gaat het voor mij in de fotografie, om dat éne onherroepelijke moment.”

Reizen staat voor Cremer gelijk aan het verruimen van zijn blik, wat ook zijn levensmotto is. Zijn foto’s weerspiegelen Cremers reislust door de jaren heen. In New York fotografeerde hij het uitzicht uit zijn kamer in het roemruchte Chelsea-hotel, de houten badhuizen op Coney Island en uiteraard de schreeuwende neonreclames op Time Square. “Een reclamebord is een perfecte weerslag van de denkwijze die er op dat moment bij een volk leeft”, aldus Cremer, die als jongen bij een reclameschilder werkte. Ook in Oost-Berlijn zien we reclame, maar dan als symbool van vergane glorie, in Roemenië staan kartonnen palmen op het strand, op de Noordpool schillen eskimo’s hun aardappelen. Pretenties heeft Cremer niet met zijn foto’s. “Ik ben het oog dat onopgemerkt toekijkt. Begin jaren zestig vond ik in een beduimelde op Ibiza achtergelaten Esquire een foto van een celdeur in een Amerikaanse gevangenis, met een getekend oog en een waarschuwing: ‘Unseen Eye is watching you’. Ik herkende mezelf. Ik observeer en ben onzichtbaar.”  

 

Ik vind dat een ontroerende tekst. Met name de zin: "Een reclamebord is een perfecte weerslag van de denkwijze die er op dat moment bij een volk leeft." Dat is Nieuwe Stijl, dan heb je niet alleen een goed oog, maar ook een empathische kijk op de wereld. Cremer in foto's: volkse taferelen, landschappen, werklui, alledaagse voorstellingen, dieren, natuur. Vitale fotografie, tijdloos en universeel - de wereld vastgelegd door een 'onzichtbare' fotograaf.  

(Coney Island)   In mei 2015 gingen mijn wettige echtgenote en ik op bezoek bij Jan en Babette, om te brainstormen over de mogelijkheid dat Manuela als agente zal optreden voor het fotografische oeuvre van Cremer. Vandaag, 7 juni 2015, werd de zaak beklonken. Manuela en ik houden van de mensch én de kunstenaar Cremer, in zijn volle glorie: schrijven, schilderen en fotograferen vormen een geheel, het een is niet denkbaar zonder het ander, het is een symbiotisch universum dat liefde voor het leven, voor mensen, voor dieren, voor de natuur, en voor al het goede op aarde uitstraalt. Tegendraads, non-academisch, vol soul en genereus: zo willen we leven. Let's sell it.    

Gepost op: 2015-06-09 in: kunst

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts