Tell, Don't Show, editie 1: Onderworpen van Michel Houellebecq

Tell, Don't Show, editie 1: Onderworpen van Michel Houellebecq


Tell, don't show: om de week een roman (of dichtbundel) in tien quotes, die alles zeggen over stijl en zeggingskracht van het boek - no spoilers. Deze week Onderworpen van Michel Houellebecq, verschenen bij De Arbeiderspers, anno 2015.

 

1

Na de zomervakantie, dus aan het begin van het nieuwe collegejaar, kwam er een eind aan de relatie, bijna altijd op initiatief van de meisjes. Er was in de zomer iets gebeurd, zo luidde de verklaring die ze me gaven, meestal zonder aanvullende informatie; sommigen, die waarschijnlijk minder aan mijn gevoelens dachten, vulden aan dat ze iemand hadden ontmoet. Ja, en wat dan nog? Ik was ook iemand. Achteraf gezien lijken die feitelijke verklaringen me ontoereikend: ze hadden inderdaad, dat ontken ik niet, iemand ontmoet; maar dat ze aan die ontmoeting genoeg belang hadden gehecht om onze relatie af te breken en een nieuwe relatie aan te gaan, kwam alleen door het amoureuze gedragsmodel dat ze impliciet toepasten, en dat trouwens vooral zo krachtig was omdat het impliciet bleef. (14)

 

2

Mijn maaltijd met Sandra verliep min of meer volgens hetzelfde patroon, op die individuele variaties na (visrestaurant, baan als directiesecretaresse bij een farmeceutische multinational), en afloop was ruwweg identiek, afgezien van het feit dat Sandra, die molliger en opgewekter was dan Aurélie, me minder diep leek weggezonken in de geestelijke eenzaamheid. Haar verdriet was groot, het was onherstelbaar, en ik wist dat het uiteindelijk alles zou overwoekeren; net als Aurélie was ze in feite niet meer dan een met olie besmeurde vogel, maar ze had, als ik dat zo mag zeggen, meer kracht in haar vleugels behouden. Over een jaar of twee zou ze elke echtelijke ambitie hebben laten varen, haar nog niet volledig uitgedoofde sensualiteit zou haar in de armen van jonge mannen drijven, ze worden wat in mijn jonge jaren een cougar werd genoemd, en dat zou ongetwijfeld een aantal jaren duren, op zijn best een jaar of tien, waarna ze door het onstuitbare verval van haar vlees de definitieve eenzaamheid zou betreden. (16)

3

Liefde is bij de man niets anders dan erkentelijkheid voor geschonken genot, en nog nooit had iemand me zoveel genot geschonken als Myriam. (29)

4

De rijke Saoedische vrouwen, overdag gekleed in ondoordringbare zwarte boerka’s, veranderden ‘s avonds in paradijsvogels. en tooiden zich met taillebanden, opengewerkte bh’s, strings versierd met fleurig kantwerk en edelstenen; precies het tegendeel van de westerse vrouwen, die overdag classy en sexy waren omdat hun sociale status op het spel stond, maar ‘s avonds als ze thuiskwamen in elkaar zakten, uitgeput elk idee van verleiding lieten varen en zich omkleedden in losse, vormeloze kleren. (72)

5

Toen ik thuiskwam schonk ik een groot glas wijn in en greep En ménage uit de kast, dat ik me herinnerde als een van Huysmans’ beste romans, en het leesplezier was meteen terug, ook na bijna twintig jaar wonderbaarlijk intact gebleven. Nooit is het warme geluk van oude paren misschien met zo’n tederheid verwoord: ‘Algauw deelden André en Jeanne alleen nog met gelukzalige genegenheid en moederlijke voldoening het bed, gingen eenvoudigweg liggen om bij elkaar te zijn en wat te kletsen en zich dan ruggelings tegen elkaar aan te drukken en in slaap te vallen.’ Dat was mooi, maar was het ook aannemelijk? Was dat vooruitzicht tegenwoordig nog voorstelbaar? Het hield duidelijk verband met lekker eten: ‘Fijnproeverij had haar intrede gedaan als een nieuwe belangstelling, opgeroepen door de groeiende desinteresse van hun zinnen, als een passie van geestelijken die bij gebrek aan vleselijke geneugten staan te hinniken voor verfijnde gerechten en oude wijnen.’ Het lijdt geen twijfel dat er, toen de vrouw nog zelf haar groenten kocht en schilde, haar vlees klaarmaakte en haar stoofpotjes urenlang liet sudderen, zich een liefdevolle, voedende relatie kon ontwikkelen; door de opkomst van voorverpakt voedsel was dat gevoel in vergetelheid geraakt, een gevoel dat trouwens, Huysmans gaf het ruiterlijk toe, maar een zwakke compensatie was voor het verlies van de genoegens van het vlees. Hijzelf was tijdens zijn leven allerminst en ménage gegaan met zo’n ‘stoofpotjesvrouw’, volgens Baudelaire samen met de hoeren het enige soort dat bij een letterkundige past – een des te rakere observatie omdat de hoer zich met de jaren heel goed kan ontwikkelen tot een stoofpotjesvrouw, dat is zelfs haar heimelijke verlangen en haar natuurlijke neiging. (75)

6

In tegenstelling tot zijn rivaal Tariq Ramadan, die werd gehinderd door zijn trotskistische connecties, had Ben Abbes er altijd voor uitgekeken zich te compromiteren met antikapitalistisch links; liberaal rechts had de ‘ideeënstrijd’ gewonnen, dat had hij heel goed begrepen, de jongeren waren ondernemingsgezin geworden en het onaantastbare karakter van de markteconomie werd nu algemeen erkend. Maar pas echt geniaal was de moslimleider geweest toen hij had begrepen dat de verkiezingen niet om economie zouden draaien, maar om waarden; en dat rechts zich ook op dat gebied opmaakte om de ‘ideeënstrijd’ te winnen, zonder trouwens ook maar te hoeven vechten. Daar waar Ramadan het idee van de sharia als vernieuwend of zelfs revolutionair presenteerde, gaf Ben Abbes er juist de geruststellende traditionele waarde aan terug – met een snufje exotisme dat er bovendien iets begerenswaardigs aan gaf. Met betrekking tot het eerherstel van het gezin, de traditionele moraal en impliciet ook het patriarchaat lag er een brede weg voor hem open die rechts noch het Front National kon bewandelen zonder als reactionair of zelfs fascistisch te worden gebrandmerkt door de laatste soixante-huitards, uitstervende progressieve mummies, sociologisch levenloos maar schuilend in ivoren mediatorens waaruit ze nog hun donderpreken konden afsteken over de onzalig tijden en de misselijkmakende sfeer die zich door het land verspreidde; alleen hij kon dat ongestraft doen. Links, verlamd door zijn eigen constitutieve antiracisme, had van meet af aan machteloos tegenover hem gestaan en hem niet eens durven noemen. (121)

7

Een iets ander beeld gaf het winkelcentrum Italie 2 te zien. Zoals ik al had voorvoeld, was de Jennyfer-boetiek verdwenen, in plaats daarvan was er nu een soort Provencaalse biowinkel met etherische oliën, olijfolieshampoo en welriekende kreupelhouthoning. Minder goed verklaarbaar en waarschijnlijk uitsluitend ingegeven door economische motieven was de sluiting van het filiaal van L’homme Moderne in een tamelijk kansarme zone op de tweede etage, er was nog geen andere winkel voor in de plaats gekomen. Maar vooral het winkelend publiek zelf was op een subtiele manier veranderd. Zoals alle winkelcentra – hoewel natuurlijk op een veel minder spectaculaire manier dan La Défense of Les Halles – had Italie 2 altijd een aanzienlijke hoeveelheid tuig aangetrokken; dat was totaal verdwenen. En de vrouwenkleding was anders, ik merkte het onmiddellijk, zonder dat ik precies kon zeggen waar het aan lag; het aantal islamitische hoofddoeken was nauwelijks toegenomen, dat was het niet, en pas na een uur rondlopen besefte ik het ineens: alle vrouwen droegen een broek. De detectie van vrouwendijen, de mentale projectie van de gleuf, daar waar ze samenkomen, een proces waarvan het opwindingsvermogen recht evenredig is met de lengte van de ontblote benen: dat alles gebeurde bij mij zo vanzelf en werktuiglijk, genetisch geprogrammeerd als het ware, dat het nieuwe feit niet meteen tot me was doorgedrongen, maar de jurken en rokken waren inderdaad verdwenen. Er was ook een nieuw kledingstuk in zwang gekomen, een soort lange katoenen tuniek die tot halverwege de dijen viel en elk objectief belang ontnam aan de strakke broek die sommige vrouwen eventueel nog hadden kunnen dragen; van een korte broek was uiteraard geen sprake meer. Wegdromen bij de billen van een vrouw, een piepkleine troost, was er ook niet meer bij. Er was dus wel degelijk een verandering gaande; er was een objectieve omslag op gang gekomen. Een paar uur zappen tussen de kanalen van het landelijke digitale net bracht geen verandering aan het licht; hoe dan ook waren de erotische programma’s op televisie allang uit de mode. (140)

8

Tienduizend euro per maand voor een matige docent die geen enkele echte publicatie kon laten zien en met een bekendheid van nul komma nul: ze beschikten echt over zeer ruime middelen. De universiteit van Oxford was aan hun neus voorbijgegaan, verteld Steve, de Qatari’s hadden op het allerlaatst een hoger bod uitgebracht; toen hadden de Saoedi’s besloten alles op de Sorbonne te zetten. Ze hadden zelfs appartementen in het vijfde en zesde arrondissment gekocht als dienstwoning voor de docenten; zelf had hij een heel mooi driekamerappartement in de Rue du Dragon voor een belachelijk lage huur.
‘Ik geloof dat ze graag hadden gewild dat je bleef,’ voegde hij eraan toe, ‘maar ze wisten niet hoe ze je moesten bereiken. Om precies te zijn hebben ze me zelfs gevraagd of ze via mij met je in contact konden komen; ik moest wel antwoorden van niet, dat we elkaar buiten de universiteit niet zagen.’
Iets later liep hij met me mee tot metrostation Censier. ‘En de studentes?’ vroeg ik toen we bij de ingang kwamen. Hij glimlachte breeduit. ‘Op dat vlak is er veel veranderd, laten we zeggen dat het andere vormen heeft aangenomen. Ik ben getrouwd,’ voegde hij er wat abrupt aan toe. ‘Getrouwd met een studente,’ preciseerde hij.
‘Regelen ze dat ook?’
‘Niet echt. Maar eventuele contacten worden niet ontmoedigd. Volgende maand neem ik er een tweede echtgenote bij,’ besloot hij, waarna hij verdween in de richting van de Rue de Mirbel, mij sprakeloos achterlatend boven aan de trap. (144)

9

Ik zou vrouwen nooit begrijpen, dat werd me steeds duidelijker. Het was een normale vrouw, een haast overdreven normale zelfs; toch had ze iets weten te ontdekken in mijn vader; iets wat noch ikzelf, noch mijn moeder had gezien. En ik kon niet geloven dat het uitsluitend of zelfs ook maar hoofdzakelijk een kwestie van geld was; ze had zelf een hoog salaris, dat zag je aan haar kleding, haar kapsel, haar algemene manier van praten. In die doodgewone man had zij als eerste iets weten te ontdekken waarvan je kon houden. (153)

10

Hij glimlachte weer. ‘Weet u… Die middag dat u bij mij was hadden we het over metafysica, de schepping van het heelal en zo. Ik weet heel goed dat dat de mensen over het algemeen niet interesseert, maar de echte onderwerpen zijn, zoals u al zei, gênanter om over te beginnen. Ook nu hebben we het trouwens nog over natuurlijke selectie, we proberen het gesprek op voldoende niveau te houden. Het is uiteraard moeilijk om rechtstreeks te vragen: hoe hoog wordt mijn salaris? Hoeveel vrouwen mag ik hebben?’
‘Het salaris weet ik al ongeveer.’
‘Nou, het aantal vrouwen vloeit daar ruwweg uit voort. De islamitische wet schrijft voor dat de vrouwen gelijk behandeld dienen te worden, wat al bepaalde beperkingen met zich meebrengt, al is het maar qua huisvesting. In uw geval denk ik dat u zonder veel problemen drie vrouwen kunt hebben – maar dat is natuurlijk geen verplichting.’ (229)

 

 

Meer weten over Houellebecq en Onderworpen? Check: http://www.houellebecq.nl/

Gepost op: 2015-05-26 in: boeken

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts