OvG

Vergeven is de kunst van leven: over Rob Scholte

Artikel



Als ik het huis betreed waar Rob Scholte momenteel woont, kom ik Lijsje Snijder tegen, Robs echtgenote: ze kennen elkaar sinds 1999. Ze is op weg naar buiten. 

‘Ik ga even een vriendin troosten.’

‘Wat is er met haar aan de hand?’, vraag ik.

‘Niets. Ze maakt zich zorgen over ons. Ik ga haar vertellen hoe goed het met ons gaat.’

Ik ben op bezoek bij Scholte, omdat 25 jaar geleden op 24 november 1994 een bom onder zijn auto ontplofte. Rob verloor beide benen, de dader is nooit gepakt. Volgens iedereen is er sprake van een persoonsverwisseling, maar Scholte weet inmiddels wie de daders zijn. Een mislukte afrekening, of de liquidatie van het postmodernisme? 

Ik wil weten hoe het nu met hem en zijn gezin gaat: we kennen elkaar al 25 jaar en ik heb wat met Scholte, altijd gehad, om meerdere redenen.

Mijn vader raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog verlamd – kinderverlamming – van zijn nek tot zijn voeten. De verlamming verdween, maar hij sleepte zijn hele leven met zijn been, kwam in een rolstoel terecht, het been moest geamputeerd worden, hij leeft niet meer. Ik herinner me de schaamte die ik als kind in het openbaar met mijn vader voelde. Simcha Tas, dochter van wijlen psychiater Louis Tas, merkte in dat verband op: ‘Geen wonder dat je er niet van houdt in the picture te staan. Je vroegste herinnering is gerelateerd aan negatieve aandacht.’

De Amerikaanse socioloog Erving Goffman schreef in de jaren zestig een boek over stigma. Stigma is het uiterlijke of sociale kenmerk dat iemand buiten de gemeenschap plaatst. Dat kan een fysiek ‘gebrek’ zijn of een daad die iemand aankleeft: een sociaal brandmerk. En dat kan een aangeboren (of vroeg verworven) fysiek stigma zijn, zoals mijn vader overkwam als kind, of een later verworven fysiek stigma, zoals bij Scholte. Waarbij in Scholtes situatie er naast een fysiek stigma ook een sociaal stigma in het spel is: een aanslag, de bom.

Goffman toonde aan dat bij mensen met een later verworven stigma het feitelijk noodzakelijk is ‘dat men zijn vroegere leven in een radicaal ander licht gaat zien’. Goffman stelt ook dat ‘bij iemand die pas op latere leeftijd een gestigmatiseerd ‘zelf’ heeft gekregen, de aanvankelijke onzekerheid tegenover nieuwe bekenden dikwijls plaatsmaakt voor onzekerheid tegenover oude bekenden.’ Dit proces, hoe de gestigmatiseerde zich verhoudt tot ‘de normalen’, noemt Goffman de ‘morele loopbaan’.

Rob Scholte heeft de dader vergeven, maar vroeg zich, in een interview in de Volkskrant in 2017 wel af: heeft de dader zichzelf vergeven? 

‘Ik ben nooit cynisch geworden, ik ben nooit bitter geworden, ik heb nooit gehaat. Ik vind wel dat je het moet toestaan: je hebt recht op wrok en op verontwaardiging. Maar je kunt ervaringen alleen sublimeren als je begrijpt dat alles uiteindelijk een projectie van jezelf is: degene die jou iets heeft aangedaan, dat ben jij ook. En dan is het niet meer dan normaal dat je vergeeft. Vergeven is de kunst van leven. Dat is namelijk het moeilijkste wat er is, en wat het merendeel van de mensen niet kan opbrengen.’

Wie zichzelf vergeeft, vergeeft de ander. Scholte heeft precies dat gedaan en overwint daarmee het stigma.

In 1996 ontmoetten Scholte en ik elkaar opnieuw, op Tenerife. We hadden het plan opgevat een biografie uit te brengen bij de uitgeverij die ik met Lex Spaans had opgericht: Vassallucci. Rob had wel een voorstel: het mocht geen autobiografie worden, want het woord ‘auto’ wilde hij niet op het omslag.

Enkele zinnen uit de aanbiedingsbrochure – doortrokken van de van Scholte bekende postmoderne branie en levensinstelling, waarin alles met alles verband houdt, waarover later meer – geschreven door Scholte zelf. De Waarachtige Historie over de opkomst en bloei van het postmodernisme. Hoogmoed, hebzucht, afgunst, toorn, gulzigheid, luiheid en liederlijkheid. Liefde, vriendschap en verraad. Sex, drugs & wapens… Wat zijn de onverbiddelijke consequenties van Rob Scholtes historie? Wat verbindt de mannenbroeders van Prins Bernhards Driehoek-Knokploeg uit 1944 met de Grote Berg van de vermoorde Bruinsma? En: Wilt u echt weten waarom Rob Scholte alleen van vrouwen houdt?

De biografie zou in 1997 verschijnen, maar werd op 15 juni 1998 middels een voorpaginabericht in Het Parool afgeblazen, wegens bedreigingen aan het adres van Scholte. Waarom ik dat zo precies weet? Die dag werd mijn dochter Ori geboren.

In 2010 gingen we weer aan de slag. Ik dacht: ik schrijf die biografie gewoon zelf. En er was een briljant plan: twee delen, een diptiek, waarvan deel 1 de jaren tachtig besloeg en deel 2 de jaren nul en verder. En de jaren negentig, de aanslag? Die lieten we weg. Kunstvrienden die wel in de jaren tachtig figureerden, maar niet in het nieuwe millennium – daaruit kon de lezer zijn eigen conclusies wel trekken. 

Bespaarde ons meteen ook een hoop gedonder. 

In een huisje (‘chalet’) op een vakantiepark dat ik eerst van Scholte huurde, en later van hem zou kopen, werkte ik een aantal weken aan de voor mij uitgetypte transcriptie van vijfenveertig uur tapes die we hadden opgenomen. We kwamen er niet uit, de relatie bekoelde, maar bevroor nooit. In recente jaren – we gaan as we speak het 23ste jaar in dat de biografie nog niet is verschenen is – knoopten we de banden weer aan. 

Die band moet ik wel nuanceren. Ik ben, zoals Martin Bril zijn eigen relatie met Rob Scholte in het verhaal ‘Het afscheid’ omschreef, ‘een komma in zijn verhaal, hij een nieuw hoofdstuk in het mijne’.

Maakt Scholte nog wel kunst, vraagt men weleens, bijvoorbeeld aan mij. 

Ik vraag het aan hem.

‘Je kunt wel zeggen dat de filter die door de aanslagplegers op mijn leven gelegd is, de kijk op mijn werk heeft weggenomen, omdat mijn lichaam in de weg staat. Dat is ook de bedoeling, de intentie geweest. Ze hebben van mij het kunstwerk gemaakt.’

Scholtes lichaam nam de plaats in van zijn kunst, één van de grote sterren van de Nederlandse schilderkunst wordt zelf een kunstwerk: quite a ride. 

‘De beslissing van Marcel Duchamp om op een gegeven moment alleen nog maar te ademen, dat dát zijn echte kunstwerk is, waarmee hij een respirateur werd, een ademhaler, dat is bij mij ook zo. Ik ben geen Henk Jurriaans, ik ga mezelf niet als levend kunstwerk in een museum tentoonstellen, ik ben geen kunstwerk in die zin. Mijn kunst is hoe ik leef, en de beslissingen die ik neem, waar ik voor ga, waar ik van houd, wat ik in mijn omgeving wil hebben, wat niet, hoe ik reflecteer, hoe ik spiegel. Het maken van een tekening staat niet hoger dan het maken van de website robscholtemuseum.nl.’

De kunstenaar is het Gesamtkunstwerk: natuurlijk maakt hij nog altijd tekeningen en schilderijen, en ‘weerspiegelt’ hij de wereld. De omgekeerde borduurwerken (staaltjes volksvlijt waarvan hij de achterkant signeert als echte Scholtes), in 2016 getoond in Museum De Fundatie, bewijzen het geraffineerde spel dat hij speelt met eigendom en appropriatie. Hij is dat waarmee hij beroemd werd in de jaren tachtig nog niet verleerd. Over de jaren tachtig gesproken: in hetzelfde museum opent in mei 2020 Reproductie verplicht, een overzicht van Scholtes schilderijen, voor het eerst sinds 32 jaar (de laatste was in Boijmans Van Beuningen te Rotterdam in 1988).

Op zijn website komen zeer uiteenlopende onderwerpen voorbij. Alles wat hem overkomt – en is overkomen – wordt ongecensureerd afgedrukt (context is immers alles): van krantenberichten over het Rob Scholte Museum in Den Helder waarin hij tot 16 april 2018 met zijn gezin werkte en woonde, tot interviews uit vroegere jaren. De website fungeert in zekere zin als zenuwcentrum, als spiegel voor de wereld. 

Men zegt dat paranoïde zijn een lucide geest kan verraden, een verhoogd bewustzijn. En is dat niet wat iemand tot een (groot) kunstenaar maakt, het leggen van verbanden die wij zelf (nog) niet kunnen ontwaren? Rob Scholte is iemand van het grote verband. Mij ontgaan constellaties en dwarsverbanden op macroniveau, en ik ben daarom vermoedelijk ook niet ontvankelijk voor ‘de waarheid, door de blinde afwerend ‘samenzweringstheorieën’ genoemd’ (dixit Scholte), ook niet voor X-files of religieuze entiteiten, wat zeg ik: ik ben een dedicated follower of nothing.

Misschien is dat wat ik bewonder aan Scholte: de stelligheid, de overtuigingskracht, de durf om alles met alles te verknopen - in de wereld en in de kunst. 

Rob Scholte schilderde in 1988 het copyrightteken als zelfportret (tevens titel van het werk), signeerde het met een zelfportret op de plek waar normaliter het copyrightteken staat (rechtsonder), en nam daarmee ‘een patent op het copyright’; je zou kunnen zeggen dat hij het copyright claimde op zijn eigen identiteit. Het werk sierde de cover van de beoogde biografie, en © werd de titel. 

Je identiteit ‘claimen’: een typische Scholte-invalshoek. Zou je ook een hernieuwde identiteit kunnen vastleggen?

‘Mijn lul is langer dan mijn benen. Wat voor anderen een gebrek is, is voor mij een geschenk. Mensen die naar mij kijken zien een gat in de werkelijkheid, maar ze weten niet dat je altijd compleet bent. Ze weten niet wat voor toegang je hebt tot andere werelden, denken dat je iets mist. Maar het is natuurlijk zo: je bent meer valide dan alle anderen. Bij mij is er ook nog het feit dat iedereen mij denkt te kennen, dus ik kan niet onherkenbaar zijn op straat. Ik ben altijd Rob Scholte. Validiteit zit er in hoe jij, in je eigen omgeving, compleet bent, dus niets hoeft te compenseren, of te bewijzen – aan niemand.’

Rob Scholte gelooft in predestinatie, in de zin van: als met voorbedachten rade.

‘Vanaf mijn geboorte heb ik nooit een keuze gehad. Ik ben voorbestemd om te doen wat ik doe. Wat mijn benen betreft: dat die eraf zijn is een kroning. Er is een doop geweest in de Jordaan: ik ben de immobiele koning, dat is allemaal georganiseerd, dat is georganiseerde pijn, die niet nodig was. Als je mij astraal fotografeert is mijn lichaam helemaal intact, dan heb ik gewoon nog steeds benen.’

In Den Helder werd het Rob Scholte Museum op 16 april 2018 op last van de burgemeester door de politie ontruimd. Scholte werd uit het pand gezet waar hij naast zijn museum ook zijn atelier openstelde, en met zijn gezin woonde. Hij ziet dat als een grotere aanslag – op hem, op zijn gezin – dan de bom 25 jaar geleden. 

‘Zoals Martin Bril zei: ‘Ze hebben alleen maar een stukje van je afgeknipt.’ Dat is wat er aan de hand was, meer niet. En dat is natuurlijk heel anders dan wanneer je iemands complete leven afneemt – een museum dat zorgvuldig en met liefde gemaakt is, waar al mijn eigen geld in zat, mijn studio, mijn dochter die ’s ochtends naar school gaat en ’s middags niet meer thuis kan komen, mijn zoon die midden in zijn eindexamen zat en van wie zelfs zijn schoolboeken in beslag zijn genomen. Dat is niet een aanslag op een stukje van mijn lichaam, dat is de geïntendeerde vernietiging van een heel leven. De gemeente Den Helder heeft me willen doen verdwijnen, ze hebben me alles wat ik heb afgenomen. Ze hebben mijn familie willen vernietigen, ze hebben me dakloos gemaakt, brodeloos. Ze hebben me op een ongelooflijk onrechtvaardige manier gestraft. Ik had heel graag mijn museum doorgezet. Ik had er alles voor willen geven en ik heb er alles voor gegeven.’

Op 18 september jongstleden deed de rechtbank in Alkmaar uitspraak, en stelde de gemeente Den Helder in het gelijk. Maar Scholte geeft nooit op. Er lopen momenteel drie hoger beroepen: twee tegen de gemeente en één tegen de nieuwe eigenaar van het voormalig museum, die – volgens Scholte – samenspande met de gemeente om hem uit het pand te werken.

Mede door – of misschien wel dankzij – het echec in Den Helder heeft Rob Scholte het materiële leven gedwongen achter zich gelaten: er ligt beslag op bankrekeningen, museumcollectie, atelierinventaris en de voorraad van Scholtes eigen werk. Hij is het materiële ontstegen, en is daarom bijna onaantastbaar geworden: de liefde – per definitie immaterieel – tussen hem en zijn gezin is alleen maar sterker geworden. 

Zoals hij zich trouwens ook als kunstenaar weigerde te conformeren aan de materiële wereld – de kunstmarkt, waarvoor de kunstenaar produceert en verplicht één stijl hanteert, één narratief, herkenbaar en vertrouwenwekkend voor handelaren en kopers van zijn kunst – en aan de etiquette van de kunstwereld. Altijd dwars, altijd tegendraads, altijd in de contramine.  

Alle tegenslagen hebben Rob Scholte niet klein kunnen krijgen, enkel fysiek, 55 centimeter minder lang.

Iedereen die een transformatie doormaakt, maar een ongeschonden identiteit bezit – of dat nu amputatie betreft of publieke veroordeling, wordt geconfronteerd met een omgeving die veranderd is. De ander moet het beeld bijstellen en opnieuw positie bepalen. 

Dat valt soms niet gunstig uit voor de getransformeerde persoon.

Wie transformeert – anders gezien wordt – kan mensen gaan troosten, kan het lijden verlichten van hen die niet mee veranderden, weigeren te veranderen, het nieuwe niet willen accepteren. Zo stelt – om maar een dwarsstraat te noemen – de ex-alcoholist de medemens graag gerust: die mag gewoon blijven drinken, ook in zijn gezelschap, graag zelfs! 

In mei 2020 zal in museum De Fundatie een overzicht te zien zijn met schilderijen van Rob Scholte: Reproductie verplicht. Reproduceerbaarheid is een kernbegrip in het universum van Scholte: reproductie door verspreiding van beelden én als manier om meer kunst te kunnen verkopen.

‘Als je elke dag vijf schilderijen maakt –  dan praat je over kunstenaars als Peter Klashorst en Karel Appel – kun je natuurlijk makkelijk een schilderij per maand betalen in ruil voor een atelier. Maar als je achttien of twintig schilderijen per jaar maakt – zoals Johannes Vermeer, of ikzelf – dan geef je je hele productie weg. 

‘Ik weet nog dat ik bij Tony Shafrazi was, in New York, bij wie ik werd geïntroduceerd door Keith Haring, en die vroeg: ‘Meneer Scholte, mag ik u een laatste vraag stellen? Hoeveel schilderijen maakt u in een jaar? Ik zei, naar waarheid, dat het er minder dan twintig waren. Toen zei hij: ‘Nou, dan hebben we echt een probleem. U redt het nooit in Amerika. Je moet niet alleen in New York zijn, maar ook in Aspen, Chicago, Miami en Los Angeles. Vijf shows, met genoeg schilderijen voor elke show, is het minimum voor uw introductie in Amerika. Anders kunnen we het beter niet eens proberen.’

‘Toen dacht ik maar één ding: hoe kan ik mijn kwaliteit handhaven en tegelijk mijn productie vergroten? Ik had al veel met zeefdruk gedaan, ook zeefdruk op doek, en toen kwam ik op het idee om met een eigen drukkerij te gaan werken. Op die manier zou ik tegelijk drie identieke shows kunnen doen, in bijvoorbeeld Santa Cruz, München en Amsterdam. Iemand als Damien Hirst ging dat veel later ook doen, met elf shows – op hetzelfde moment en in verschillende landen – van zijn ‘Spot Paintings’, via de galeries van Larry Gagosian.   

‘Ik had dat twintig jaar eerder al gedaan. Maar goed, toen ik voor mijn deur in de Jordaan werd opgeblazen, had ik natuurlijk geen zin om mijn drukkerij daar voort te zetten.’

Als ik het huis verlaat, in de auto stap en wegrijd, bedenk ik: is het niet zo dat het gezin Scholte het werkelijke kunstwerk is geworden? Het gezin als bezield leven, dat is pas ware kunst. De kracht van Rob Scholte is zijn vermogen te vergeven, zo behaalt hij een ultieme overwinning op het leven. Of, zoals Scholtes levensmotto luidt, ontleend aan de Amerikaanse kunstcriticus Calvin Tomkins: Living well is the best revenge.

 

Dit artikel verscheen op vrijdag 13 december 2019 in de Volkskrant.

Rob Scholte, Reproductie verplicht, Museum De Fundatie, Zwolle, 16/5 t/m 6/9 2020. 

De biografie van Rob Scholte staat gepland voor 2021. 

Een handig overzicht van alle verwikkelingen tussen het Rob Scholte Museum en de gemeente Den Helder (up to date tot en met 18 september 2019) staat hier

Het hele gesprek tussen Oscar van Gelderen en Rob Scholte is op de site van het Rob Scholte Museum te beluisteren.